© 2017 vzwCoach.be Proudly created with Wix.com

  • Twitter Social Icon
  • LinkedIn Basic Black
  • Jan Ghijselen, vzwcoach

Management: het verschil tussen profit en non profit. Deel 1: structurele verschillen


Of non-profit management moeilijker is of makkelijker dan management in de profit? Wie kan zoiets bepalen of meten? Dat er grote verschillen zijn, dat is wel zeker.

In de meeste literatuur vind je dat de grote verschillen schuilen in de bottom line (de doelstellingen) en de verantwoordingsplicht. Hieronder probeer ik een wat vollediger beeld te schetsen.


De structurele verschillen die ik zie, zijn:

INTERN

Tijdshorizon

Bedrijven plannen volgens de levenscyclus van hun product, vzw's volgens de duurtijd van de subsidies.

Als bedrijven geld lenen ondersteunen ze hun aanvraag met de successen van hun product en de verwachte toekomstige omzet en resultaten. Vzw’s die lenen kunnen de toekomst van hun “product” vaak niet borgen omdat subsidies een steeds kortere looptijd hebben. Projecten en projectjes van een jaar zijn steeds meer de norm.

Bottom line

Voor bedrijven is winst de bottom line, voor vzw's is hun maatschappelijk of sociaal doel hun tweede (dubbele) bottom line en ecologie vaak de derde (Triple P: People, Planet, Profit)

Bestuur en beleid

Bestuurders en leidinggevenden in de profit hebben minstens een financieel belang bij het succes van het bedrijf. Ze worden uitstekend beloond voor hun inzet en worden afgerekend op succes of mislukking. In de non profit sector zijn vergoedingen voor bestuursfuncties niet toegestaan.

Bestuurders zijn vrijwilligers die hun mandaat combineren met een belastende dagtaak en andere engagementen. Vaak zijn het mensen die succesvol zijn in hun managementtaak in een verwante organisatie of sector of die in het bedrijfsleven actief zijn. Tijd vrijmaken voor het bestuur van een vzw hoort bij hun engagement maar botst vaak met hun eigen drukke agenda.

Als de overheid in het bestuur van bedrijven participeert, via ambtenaren of politieke vertegenwoordigers is het meestal om toegang te krijgen tot kennis of middelen van de overheid (subsidies, bedrijventerreinen, leningen). Als de overheid participeert in het bestuur van vzw’s gaat het meestal om het versterken van het toezicht en de controle op de vzw en het beperken van de middelenstroom naar de vzw.

Surplus is het gevolg en de basis van succes en groei

Het surplus dat overblijft na het betalen van de kosten kan bij bedrijven opgespaard worden, uitgekeerd aan de aandeelhouders of direct geïnvesteerd of gereserveerd worden. Vzw’s hebben vaak een beperking op het reserveren van middelen, mogen uiteraard geen winsten uitkeringen en in veel subsidiereglementen is voorzien dat overschotten teruggaan naar de subsidiërende overheid. Succes levert dus niet noodzakelijk surplus op.

Surplus is vaak de basis van succes en groei, de opgespaarde middelen kunnen geïnvesteerd worden om nieuwe markten aan te spreken, om in te spelen op technologische vernieuwingen, om marketing en PR aan te sterken. Vzw’s beschikken vaak niet over voldoende surplus om te investeren in toekomstig succes.

EXTERN

De macht van de klant

Michael Porter leert ons dat we erg afhankelijk zijn van een klant als we een groot deel van onze omzet verkopen aan die ene klant en als die klant zonder grote kosten een andere leverancier kan kiezen. In het geval van vzw's is het zo dat we erg afhankelijk zijn van de klant (dit is de overheid, niet onze cliënt, want onze cliënt betaalt meestal niet of erg weinig). Als de klant veel macht heeft kan hij de prijs drukken, zijn eisen opdrijven en de concurrentie versterken.

Aangezien de overheid geen kosten betaalt bij het switchen van “leverancier”, weinig winst haalt uit de gesubsidieerde projecten, vaak de enige klant is van een heel aantal vzw’s, is de macht van deze “klant” bijzonder groot.

Subsidiëring

Bedrijven halen hun inkomsten uit verkoop, vzw's uit giften en (voornamelijk) overheidssubsidies. Deels is dit achterhaald door de vele subsidies en loonlast-verlagingen die bedrijven ontvangen. Men schat dat 15% van de loonkost in de profit sector door subsidies of kortingen gedekt wordt.

Belasting op de winst

Bedrijven worden belast op de winst, vzw's niet. Het is een systeem dat in vele landen bestaat en bedoeld is om de handicap van de non-profit tov de bedrijfswereld deels te compenseren. Helaas is ook dit achterhaald nu we weten dat de top 50 bedrijven in België gemiddeld slechts 6% belasting betalen op hun winst en sommige bedrijven (Starbucks, iemand? ) helemaal niets.

Verantwoordingsplicht

Bedrijven publiceren minstens hun sociale en financiële balans en resultaten en houden zich aan de sociale en fiscale wetten en aan het burgerlijk en straf- wetboek. Vzw's moeten minstens jaarlijks rapporteren ivm resultaten, financiën, subsidiabele en niet-subsidiabele kosten.

Non profits of vzw’s moeten zich daar bovenop verantwoorden voor de resultaten voor de cliënten en een dieper inzicht bieden in de financiering, de betalingen, de lonen, onkosten, afschrijvingen en diens meer.

Subsidiebesluiten bevatten vaak gedetailleerde instructies die duidelijk maken welke kosten al dan niet subsidiabel zijn. Uitgaven aan bepaalde kosten zijn niet toegelaten of beperkt.

In deel 2 schets ik wat de gevolgen zijn voor managers in de non profit.

#Strategie #RaadvanBestuur #Management #Kleinevzw

blog 2019

Selecteer hieronder